Klimaatverandering: de impact van de veehouderij

Klimaatverandering is een gevaar voor de voedselzekerheid, de beschikbaarheid van water en de biodiversiteit in de hele wereld en vormt bovendien een bedreiging voor onze leefomgeving. De productie en consumptie van dierlijke producten is ėėn van de hoofdoorzaken van klimaatverandering. Wie kiest voor een plantaardig dieet vermindert dus ook de uitstoot van broeikasgassen. ProVeg Nederland creëert bewustzijn over het verband tussen vleesconsumptie en klimaatverandering en biedt oplossingen die het makkelijker maken om ons dieet aan te passen.

Wat is klimaatverandering?

Sinds het begin van de Industriële Revolutie is de gemiddelde temperatuur op aarde langzaam aan het stijgen. Wetenschappelijk onderzoek laat zien dat deze temperatuurstijging te wijten is aan menselijke activiteit. Bovendien brengt klimaatverandering sterke veranderingen teweeg in de wereld. De effecten zijn al op verschillende manieren merkbaar in onze leefomgeving, de economie en de maatschappij. Ze zullen steeds meer opvallen naarmate de temperatuur verder stijgt. Maar wat is klimaatverandering? Je spreekt over klimaatverandering als je het hebt over toenemende veranderingen op de lange termijn, zoals de langzame stijging van de temperatuur en het zeeniveau, en een toename in extreem weer, zoals storm, overstromingen en hete zomers. Deze effecten hebben een negatief effect op de landbouw, de economie en de gezondheid. Daarbij lopen kinderen en ouderen extra risico door extra hittegolven die kunnen optreden als gevolg van klimaatverandering.

 

De rol van de veehouderij bij klimaatverandering

Vlees, zuivel en eieren zijn ėėn van de hoofdfactoren voor meerdere milieuproblemen. De consumptie van dierlijke producten is oorzaak nummer 1 van de door mensen veroorzaakte klimaatverandering, maar ook voor bodemerosie, watervervuiling en de afname in biodiversiteit.  Volgens de Food and Agriculture Organization of the United Nations (FAO) wordt 14,5% van de uitstoot van alle broeikasgassen veroorzaakt door de veehouderij. De veehouderij is verantwoordelijk voor minstens de helft van de broeikasgassen die uitgestoten worden door de voedingsindustrie.1)Vermeulen, S. J. et al. (2012): Climate Change and Food Systems. Annual Review of Environment and Resources 37, p.195–222 2)Herrero, M., B. Henderson, P. Havlík, et al. (2016): Greenhouse gas mitigation potentials in the livestock sector. Nature Clim. Change. 6, p.452–461 In totaal beslaat de uitstoot door de voedingsindustrie 30 procent van de totale hoeveelheid broeikasgassen die door de mens wordt uitgestoten.3)Vermeulen, S. J. et al. (2012): Climate Change and Food Systems. Annual Review of Environment and Resources 37, p.195–222 4)Bajželj, B., J. M. Allwood & J. M. Cullen (2013): Designing Climate Change Mitigation Plans That Add Up. Environ Sci Technol. 47, p.8062–8069 De top-20 vlees- en zuivelbedrijven stoten meer broeikasgassen uit dan Nederland in haar geheel.5)Heinrich Böll Stiftung, GRAIN & Institute for Agriculture & Trade Policy (2017): Big Meat and Dairy’s supersized Climate Footprint. Available at https://www.grain.org/article/entries/5825-big-meat-and-dairy-s-supersized-climate-footprint [03.03.2018]

 

Directe emissies: methaan en lachgas uit de veehouderij

Koolstofdioxide (CO2) is het meest berucht broeikasgas, en verantwoordelijk voor 27% van de broeikasgasuitstoot door de veehouderij. Methaan (CH4) heeft echter een potentieel 28 keer meer schadelijke impact op het klimaat dan CO2.6)Gerber, P. et al. (2013): Tackling climate change through livestock: a global assessment of emissions and mitigation opportunities. FAO, Rome. p. 15 De invloed op de opwarming van de aarde van distikstofmonoxide (N2O), ook wel bekend als lachgas, is zelfs 265 keer zo groot is als die van CO2.7)Myhre, G., D. Shindell, F.-M. Bréon, et al. (2013): Anthropogenic and Natural Radiative Forcing. In: Climate Change 2013: The Physical Science Basis. Contribution of Working Group I to the Fifth Assessment Report of the Intergovernmental Panel on Climate Change [Stocker, T.F., D. Qin, G.-K. Plattner, M. Tignor, S.K. Allen, J. Boschung, A. Nauels, Y. Xia, V. Bex and P.M. Midgley (eds.)]. Cambridge University Press, Cambridge, United Kingdom and New York, NY, USA. Vee is de grootste veroorzaker van methaanuitstoot, aangezien alle herkauwers (zoals koeien, schapen en geiten) dit gas produceren tijdens het spijverteringsproces. Het gas beslaat ongeveer 44% van de uitstoot van broeikasgassen uit de veeteelt.8)Gerber, P. et al. (2013): Tackling climate change through livestock: a global assessment of emissions and mitigation opportunities. FAO, Rome. p.15 Lachgas wordt uitgestoten als dierlijke mest wordt gebruikt voor de bemesting van het land, maar ook als het gecomposteerd wordt of wanneer je het op een andere manier verwerkt. Dit vormt voornamelijk een probleem als meer stikstof wordt gebruikt dan de vegetatie op kan nemen. Ongeveer 29% van de emissies afkomstig uit de vleesindustrie bestaat uit lachgas.9)Gerber, P. et al. (2013): Tackling climate change through livestock: a global assessment of emissions and mitigation opportunities. FAO, Rome. p. 15 De enorme schaal van de rundvlees- en zuivelindustrie heeft hierin de grootste impact, namelijk 65% van de totale uitstoot aan broeikasgassen afkomstig uit de veeteelt.10)Gerber, P. et al. (2013): Tackling climate change through livestock: a global assessment of emissions and mitigation opportunities. FAO, Rome. p. 15 De emissies blijven ook doorgroeien door het alsmaar intensiveren van de vlees- en zuivelproductie.

 

Indirecte emissies: veranderingen in landgebruik verergeren klimaatverandering

Naast dat het een enorme emissiebron is, worden voor de bio-industrie ook bossen, grasland en wetlands in gebruik genomen voor begrazing en om diervoeder te verbouwen. Deze praktijken verergeren de klimaatverandering, omdat de bossen en andere natuurgebieden als opslagplaats van koolstof fungeren, wat inhoudt dat ze koolstof uit de atmosfeer opnemen en vastleggen in de bodem. Ontbossing onderbreekt dit proces en daardoor kan er minder koolstof worden opgenomen.

 

Ontbossing heeft serieuze gevolgen voor het milieu

Er wordt vaak gesproken over de Amazone als ‘de longen van de aarde’. Helaas is een dramatische 20 procent van de Amazone al vernietigd en wordt een net zo groot gebied met ontbossing bedreigd.11)BBC (2005): Amazon destruction accelerating. Available at http://news.bbc.co.uk/2/hi/americas/4561189.stm [03.03.2018] Als de vernietiging van het Amazoneregenwoud zo doorgaat, dan bereiken we snel een punt waarop de volledige ineenstorting van het ecosysteem onontkoombaar is, met enorme gevolgen voor het klimaat.12)Saatchi, S., S. Asefi-Najafabady, Y. Malhi,et al (2013): Persistent Effects of a Severe Drought on Amazonian Forest Canopy. Proceedings of the National Academy of Sciences 110, no. 2 (January 8, 2013): 565–570.

Bossen, wetlands en grasland vervullen elk essentiële functies voor het lokale klimaat en de watervoorziening. Hun teloorgang en het in cultuur nemen als landbouwland is een van de grootste bronnen van CO2-emissies.13)IPCC (2007): Climate Change 2007: Synthesis Report. Contribution of Working Groups I, II and III to the Fourth Assessment Report of the Intergovernmental Panel on Climate Change [Core Writing Team, Pachauri, R.K and Reisinger, A. (eds.)]. IPCC, Geneva, Switzerland Bovendien bedreigt de habitatdestructie wilde dieren, waardoor de biodiversiteit en ecosystemen gevaar lopen.

Daarmee heeft de bio-industrie een dubbel negatief effect op het klimaat, namelijk met de productie van aanzienlijke hoeveelheden broeikasgassen, maar ook door het om zeep helpen van de natuurlijke beschermingssystemen van de aarde.

 

Verlies van vruchtbaar land verkleint de oogsten

Vruchtbare tuingrond bevat hummus en veen, dat rijk is aan organisch materiaal. De toplaag van de bodem staat echter bloot aan de risico’s van erosie door ontbossing, drainage van wetlands en onduurzaam beheer van landgebruik. Deze onbetaalbare natuurlijke hulpbronnen kunnen niet makkelijk hersteld worden; hier gaan meerdere generaties overheen. Landbouwmachines, overbemesting, gifstoffen en monoculturen putten de bodem uit en maken de bodem losser, waardoor erosie door regen en wind plaats kan vinden. Een slechte bodem leidt vervolgens tot slechtere oogsten, waardoor intensivering van steeds groter oppervlakte landbouwgrond nodig is. De bodems vormen bovendien een belangrijke opslagplaats voor koolstof en bevatten meer koolstof dan de gehele atmosfeer of alle vegetatie op aarde.14)Gobin, A., P. Campling et al. (2011): Soil organic matter management across the EU – best practices, constraints and trade-offs, Final Report for the European Commission’s DG Environment, September 2011. 15)Heinrich-Böll-Stiftung, Institute for Advanced Sustainability Studies, and Bund für Umwelt- und Naturschutz Deutschland (2015): Bodenatlas 2015: Daten und Fakten über Acker, Land und Erde. Door het verloren gaan van de toplaag van de bodem, neemt het probleem van klimaatverandering toe.

 

Onze voedselkeuzes spelen een rol in onze koolstofvoetafdruk

Hogere inkomens en verstedelijking in ontwikkelingslanden vergroten de vleesconsumptie. Dit zorgt ervoor dat er wereldwijd een transitie is waarin traditionele, weinig bewerkte, grotendeels plantaardige voedingspatronen vervangen worden door diëten rijk aan bewerkte suikers, vetten en dierlijke producten. Als de stijging van de consumptie van vlees en andere dierlijke producten zo doorgaat, dan zal de uitstoot van broeikasgassen uit de bio-industrie tegen het jaar 2050 met bijna 80% gestegen zijn16)Popp, A. et al. (2010): Food consumption, diet shifts and associated non-CO2 greenhouse gases from agricultural production. Global Environmental Change 20, p.451–462 17)Tilman, D. & M. Clark (2014): Global diets link environmental sustainability and human health. Nature 515, p.518–522 18)Springmann, M. et al. (2016): Analysis and valuation of the health and climate change cobenefits of dietary change. PNAS 113, p.4146–4151 , waardoor de targets uit het Parijse Klimaatakkoord onmogelijk te behalen zijn. Daarom is het verlagen van de dierlijke consumptie een cruciale stap om het doel van maximaal 2°C te behalen.19)Brent Kim et al. (2015): The Importance of Reducing Animal Product Consumption and Wasted Food in Mitigating Catastrophic Climate Change. John Hopkins Center for a Livable Future 20)Hedenus, F., S. Wirsenius & D. J. A. Johansson (2014): The importance of reduced meat and dairy consumption for meeting stringent climate change targets. Climatic Change. 124, p.79–91

Ook al speelt de consumptie van dierlijke producten een grote rol bij klimaatverandering, er is maar weinig bewustzijn bij het grote publiek over de rol van hun dieet bij klimaatverandering. Het erkennen van de klimaatimpact van verschillende voedingsmiddelen is een cruciale eerste stap bij het maken van  klimaatvriendelijkere voedingskeuzes.

 

Een plantaardig dieet is klimaatvriendelijk

Wetenschappelijk onderzoek levert consistent bewijs dat plantaardige diëten minder impact hebben op het klimaat dan diëten waarin veel dierlijke producten zijn opgenomen. Beschouw bijvoorbeeld dat bij de productie van 1 kilogram rundvlees, afhankelijk van een aantal factoren, tussen 10 en 30 kilogram een CO2-equivalenten uitgestoten wordt.21)Lesschen, J P., M. van der Berg et al. (2011): Greenhouse gas emission profiles of European livestock sectors. Animal Feed Science and Technology, pp. 166-167 and pp. 16-28. 22)Garnett, T. (2009): Livestock-related greenhouse gas emissions: Impacts and options for policy makers. Environmental Science and Policy 12, pp. 491–504. 23)Carlsson-Kanyama, A., & A. D. González (2009): Potential contributions of food consumption patterns to climate change. The American Journal of Clinical Nutrition 2009; 89 (suppl), pp. 1704S-9S. 24)Reinhardt, G., S. Gärtner, Münch, J. & S. Häfele (2009): Ökologische Optimierung regional erzeugter Lebensmittel: Energie- und Klimabilanzen, Heidelberg: IFEU. 25)Venkat, K. (2012): The climate change and economic impacts of food waste in the United States, Portland, OR: CleanMetrics Corp. , terwijl bij de productie van 1 kilogram tofu slechts 1 kg CO2-equivalenten vrijkomt.26)Mejia, A. et al. (2017): Greenhouse Gas Emissions Generated by Tofu Production: A Case Study. Journal of Hunger & Environmental Nutrition Als rundvlees wordt vervangen door bonen, zou 42% van het landbouwareaal in de Verenigde Staten vrijkomen, wat zou betekenen dat de VS 75% van haar klimaatdoel voor 2020 behaalt, terwijl tegelijkertijd meer dan genoeg voedsel wordt geproduceerd.27)Harwatt, H. et al. (2017): Substituting beans for beef as a contribution toward U.S. climate change targets. Climatic Change doi:10.1007/s10584-017-1969-1 Onderzoek laat zien dat persoonlijke voedselgerelateerde koolstofvoetafdrukken gehalveerd kunnen door over te schakelen op een plantaardig dieet28)Wissenschaftlicher Beirat für Agrarpolitik, Ernährung und gesundheitlichen Verbraucherschutz & Wissenschaftlicher Beirat Waldpolitik beim BMEL (2016): Klimaschutz in der Land- und Forstwirtschaft sowie den nachgelagerten Bereichen Ernährung und Holzverwendung. 29)Scarborough, P. et al. (2014): Dietary greenhouse gas emissions of meat-eaters, fish-eaters, vegetarians and vegans in the UK. Climatic Change 125, p.179–192 en dat als iedereen ter wereld een veganistisch dieet zou volgen, de wereldwijde broeikasgasemissies tot wel 70% zouden afnemen voor het jaar 2050.30)Scarborough, P. et al. (2014): Dietary greenhouse gas emissions of meat-eaters, fish-eaters, vegetarians and vegans in the UK. Climatic Change 125, p.179–192 Aangezien vlees, melkproducten en andere dierlijke producten veel meer broeikasgassen creëren en er voor deze producten veel meer land en grondstoffen nodig zijn dan voor plantaardig voedsel, moet de conclusie snel te trekken zijn dat, naast de vele andere voordelen, een plantaardig dieet een van de makkelijkste en meest effectieve manieren is waarop een ieder van ons een positieve impact kan hebben op het klimaat.

 

ProVeg Nederland reduceert de uitstoot van broeikasgassen

ProVeg Nederland verspreidt kennis over de klimaatimpact van de keuzes die wij maken rondom ons eten door in gesprek te gaan met politici, beleidsmakers en maatschappelijke organisaties. Politici moeten een prioriteit maken van voedselconsumptie en -productie, en dan voornamelijk de bio-industrie, zowel op de wereldagenda als in nationale implementaties.  Om onze stem te laten horen, werken we samen met anderen. Daarnaast onderhandelt ProVeg actief en draagt ​​ProVeg bij tot het nationale klimaatveranderingsbeleid door middel van publieke participatie.

 

ProVeg was aanwezig op de Conference of the Parties (COP)

Op de COP23 in Bonn, Duitsland, heeft ProVeg International een petitie overhandigd aan de Duitse minister Jochen Flasbarth, waarin opgeroepen werd om de bio-industrie op de agenda te zetten. ProVeg was ook de gastheer van een succesvol nevenevenement waarin toonaangevende wetenschappers, waaronder Marco Springmann van Oxford University en Alon Shepon van het Weizmann Institute of Science.

2018 is een belangrijk jaar voor het klimaatbeleid waarin ProVeg Nederland haar werk rondom dit onderwerp intensiveert en de politieke dialoog niet schuwt. Op internationaal niveau bereiden we ons voor op de zogeheten Intersessional Conference op de volgende Klimaatconferentie COP24 in Katowice, Polen.

References   [ + ]

1, 3. Vermeulen, S. J. et al. (2012): Climate Change and Food Systems. Annual Review of Environment and Resources 37, p.195–222
2. Herrero, M., B. Henderson, P. Havlík, et al. (2016): Greenhouse gas mitigation potentials in the livestock sector. Nature Clim. Change. 6, p.452–461
4. Bajželj, B., J. M. Allwood & J. M. Cullen (2013): Designing Climate Change Mitigation Plans That Add Up. Environ Sci Technol. 47, p.8062–8069
5. Heinrich Böll Stiftung, GRAIN & Institute for Agriculture & Trade Policy (2017): Big Meat and Dairy’s supersized Climate Footprint. Available at https://www.grain.org/article/entries/5825-big-meat-and-dairy-s-supersized-climate-footprint [03.03.2018]
6, 9, 10. Gerber, P. et al. (2013): Tackling climate change through livestock: a global assessment of emissions and mitigation opportunities. FAO, Rome. p. 15
7. Myhre, G., D. Shindell, F.-M. Bréon, et al. (2013): Anthropogenic and Natural Radiative Forcing. In: Climate Change 2013: The Physical Science Basis. Contribution of Working Group I to the Fifth Assessment Report of the Intergovernmental Panel on Climate Change [Stocker, T.F., D. Qin, G.-K. Plattner, M. Tignor, S.K. Allen, J. Boschung, A. Nauels, Y. Xia, V. Bex and P.M. Midgley (eds.)]. Cambridge University Press, Cambridge, United Kingdom and New York, NY, USA.
8. Gerber, P. et al. (2013): Tackling climate change through livestock: a global assessment of emissions and mitigation opportunities. FAO, Rome. p.15
11. BBC (2005): Amazon destruction accelerating. Available at http://news.bbc.co.uk/2/hi/americas/4561189.stm [03.03.2018]
12. Saatchi, S., S. Asefi-Najafabady, Y. Malhi,et al (2013): Persistent Effects of a Severe Drought on Amazonian Forest Canopy. Proceedings of the National Academy of Sciences 110, no. 2 (January 8, 2013): 565–570.
13. IPCC (2007): Climate Change 2007: Synthesis Report. Contribution of Working Groups I, II and III to the Fourth Assessment Report of the Intergovernmental Panel on Climate Change [Core Writing Team, Pachauri, R.K and Reisinger, A. (eds.)]. IPCC, Geneva, Switzerland
14. Gobin, A., P. Campling et al. (2011): Soil organic matter management across the EU – best practices, constraints and trade-offs, Final Report for the European Commission’s DG Environment, September 2011.
15. Heinrich-Böll-Stiftung, Institute for Advanced Sustainability Studies, and Bund für Umwelt- und Naturschutz Deutschland (2015): Bodenatlas 2015: Daten und Fakten über Acker, Land und Erde.
16. Popp, A. et al. (2010): Food consumption, diet shifts and associated non-CO2 greenhouse gases from agricultural production. Global Environmental Change 20, p.451–462
17. Tilman, D. & M. Clark (2014): Global diets link environmental sustainability and human health. Nature 515, p.518–522
18. Springmann, M. et al. (2016): Analysis and valuation of the health and climate change cobenefits of dietary change. PNAS 113, p.4146–4151
19. Brent Kim et al. (2015): The Importance of Reducing Animal Product Consumption and Wasted Food in Mitigating Catastrophic Climate Change. John Hopkins Center for a Livable Future
20. Hedenus, F., S. Wirsenius & D. J. A. Johansson (2014): The importance of reduced meat and dairy consumption for meeting stringent climate change targets. Climatic Change. 124, p.79–91
21. Lesschen, J P., M. van der Berg et al. (2011): Greenhouse gas emission profiles of European livestock sectors. Animal Feed Science and Technology, pp. 166-167 and pp. 16-28.
22. Garnett, T. (2009): Livestock-related greenhouse gas emissions: Impacts and options for policy makers. Environmental Science and Policy 12, pp. 491–504.
23. Carlsson-Kanyama, A., & A. D. González (2009): Potential contributions of food consumption patterns to climate change. The American Journal of Clinical Nutrition 2009; 89 (suppl), pp. 1704S-9S.
24. Reinhardt, G., S. Gärtner, Münch, J. & S. Häfele (2009): Ökologische Optimierung regional erzeugter Lebensmittel: Energie- und Klimabilanzen, Heidelberg: IFEU.
25. Venkat, K. (2012): The climate change and economic impacts of food waste in the United States, Portland, OR: CleanMetrics Corp.
26. Mejia, A. et al. (2017): Greenhouse Gas Emissions Generated by Tofu Production: A Case Study. Journal of Hunger & Environmental Nutrition
27. Harwatt, H. et al. (2017): Substituting beans for beef as a contribution toward U.S. climate change targets. Climatic Change doi:10.1007/s10584-017-1969-1
28. Wissenschaftlicher Beirat für Agrarpolitik, Ernährung und gesundheitlichen Verbraucherschutz & Wissenschaftlicher Beirat Waldpolitik beim BMEL (2016): Klimaschutz in der Land- und Forstwirtschaft sowie den nachgelagerten Bereichen Ernährung und Holzverwendung.
29, 30. Scarborough, P. et al. (2014): Dietary greenhouse gas emissions of meat-eaters, fish-eaters, vegetarians and vegans in the UK. Climatic Change 125, p.179–192